onzijdig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From on- +‎ zijde +‎ -ig: "not sided", i.e. "not taking a side".

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onzijdig ‎(not comparable)

  1. neutral
  2. (grammar) neutre

Declension[edit]

Inflection of onzijdig
uninflected onzijdig
inflected onzijdige
comparative onzijdiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial onzijdig onzijdiger het onzijdigst
het onzijdigste
indefinite m./f. sing. onzijdige onzijdigere onzijdigste
n. sing. onzijdig onzijdiger onzijdigste
plural onzijdige onzijdigere onzijdigste
definite onzijdige onzijdigere onzijdigste
partitive onzijdigs onzijdigers

Coordinate terms[edit]