overslaan

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

overslaan ‎(past singular oversloeg, past participle overslagen)

  1. to reduce the frequency of
  2. to skip, to omit from a sequence
  3. to arc (electrical discharge)
  4. (of a virus) to jump species
    Er is een nieuwe vorm van hiv overgeslagen van de gorilla naar de mens - There is a new HIV virus that jumped species from gorillas to humans.
  5. to transfer (cargo)
    In de eerste drie maanden van het jaar werd 10,8 procent minder goederen overgeslagen in Rotterdam ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
    In the first three months of the year, 10.8% less cargo was transfered compared to the same period last year in Rotterdam.
  6. to suddenly change register (of a voice, such as in yodeling)

Conjugation[edit]

Inflection of overslaan (strong class 6, irregular, prefixed)
infinitive overslaan
past singular oversloeg
past participle overslagen
infinitive overslaan
gerund overslaan n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular oversla oversloeg
2nd person sing. (jij) overslaat oversloeg
2nd person sing. (u) overslaat oversloeg
2nd person sing. (gij) overslaat oversloegt
3rd person singular overslaat oversloeg
plural overslaan oversloegen
subjunctive sing.1 oversla oversloege
subjunctive plur.1 overslaan oversloegen
imperative sing. oversla
imperative plur.1 overslaat
participles overslaand overslagen
1) Archaic.

Anagrams[edit]