plaatsen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

plaats +‎ -en

Verb[edit]

plaatsen

  1. to place
    plaats bestelling — place an order

Inflection[edit]

Inflection of plaatsen (weak)
infinitive plaatsen
past singular plaatste
past participle geplaatst
infinitive plaatsen
gerund plaatsen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular plaats plaatste
2nd person sing. (jij) plaatst plaatste
2nd person sing. (u) plaatst plaatste
2nd person sing. (gij) plaatst plaatste
3rd person singular plaatst plaatste
plural plaatsen plaatsten
subjunctive sing.1 plaatse plaatste
subjunctive plur.1 plaatsen plaatsten
imperative sing. plaats
imperative plur.1 plaatst
participles plaatsend geplaatst
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Noun[edit]

plaatsen

  1. Plural form of plaats