toedenken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

toedenken

  1. to be destined for

Inflection[edit]

Inflection of toedenken (weak with past in -cht, separable)
infinitive toedenken
past singular dacht toe
past participle toegedacht
infinitive toedenken
gerund toedenken n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular denk toe dacht toe toedenk toedacht
2nd person sing. (jij) denkt toe dacht toe toedenkt toedacht
2nd person sing. (u) denkt toe dacht toe toedenkt toedacht
2nd person sing. (gij) denkt toe dacht toe toedenkt toedacht
3rd person singular denkt toe dacht toe toedenkt toedacht
plural denken toe dachten toe toedenken toedachten
subjunctive sing.1 denke toe dachte toe toedenke toedachte
subjunctive plur.1 denken toe dachten toe toedenken toedachten
imperative sing. denk toe
imperative plur.1 denkt toe
participles toedenkend toegedacht
1) Archaic.

Anagrams[edit]