uitwringen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

uitwringen

  1. wring (to squeeze or twist tightly so that liquid is forced out)

Inflection[edit]

Inflection of uitwringen (strong class 3, separable)
infinitive uitwringen
past singular wrong uit
past participle uitgewrongen
infinitive uitwringen
gerund uitwringen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular wring uit wrong uit uitwring uitwrong
2nd person sing. (jij) wringt uit wrong uit uitwringt uitwrong
2nd person sing. (u) wringt uit wrong uit uitwringt uitwrong
2nd person sing. (gij) wringt uit wrongt uit uitwringt uitwrongt
3rd person singular wringt uit wrong uit uitwringt uitwrong
plural wringen uit wrongen uit uitwringen uitwrongen
subjunctive sing.1 wringe uit wronge uit uitwringe uitwronge
subjunctive plur.1 wringen uit wrongen uit uitwringen uitwrongen
imperative sing. wring uit
imperative plur.1 wringt uit
participles uitwringend uitgewrongen
1) Archaic.

Anagrams[edit]