uitzoeken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

uit +‎ zoeken

Verb[edit]

uitzoeken

  1. to pick out, to choose, to select.
  2. to sort out, to organise
  3. to get to the bottom of, to investigate

Inflection[edit]

Inflection of uitzoeken (weak with past in -cht, separable)
infinitive uitzoeken
past singular zocht uit
past participle uitgezocht
infinitive uitzoeken
gerund uitzoeken n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular zoek uit zocht uit uitzoek uitzocht
2nd person sing. (jij) zoekt uit zocht uit uitzoekt uitzocht
2nd person sing. (u) zoekt uit zocht uit uitzoekt uitzocht
2nd person sing. (gij) zoekt uit zocht uit uitzoekt uitzocht
3rd person singular zoekt uit zocht uit uitzoekt uitzocht
plural zoeken uit zochten uit uitzoeken uitzochten
subjunctive sing.1 zoeke uit zochte uit uitzoeke uitzochte
subjunctive plur.1 zoeken uit zochten uit uitzoeken uitzochten
imperative sing. zoek uit
imperative plur.1 zoekt uit
participles uitzoekend uitgezocht
1) Archaic.

Anagrams[edit]