vereenvoudigen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

ver- +‎ eenvoudig +‎ -en

Verb[edit]

vereenvoudigen

  1. to simplify

Inflection[edit]

Inflection of vereenvoudigen (weak, prefixed)
infinitive vereenvoudigen
past singular vereenvoudigde
past participle vereenvoudigd
infinitive vereenvoudigen
gerund vereenvoudigen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular vereenvoudig vereenvoudigde
2nd person sing. (jij) vereenvoudigt vereenvoudigde
2nd person sing. (u) vereenvoudigt vereenvoudigde
2nd person sing. (gij) vereenvoudigt vereenvoudigde
3rd person singular vereenvoudigt vereenvoudigde
plural vereenvoudigen vereenvoudigden
subjunctive sing.1 vereenvoudige vereenvoudigde
subjunctive plur.1 vereenvoudigen vereenvoudigden
imperative sing. vereenvoudig
imperative plur.1 vereenvoudigt
participles vereenvoudigend vereenvoudigd
1) Archaic.

Derived terms[edit]