verkrachten

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

ver- +‎ kracht +‎ -en

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /vər.ˈkrɑx.tə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: ver‧krach‧ten

Verb[edit]

verkrachten ‎(past singular verkrachtte, past participle verkracht)

  1. to rape, to abuse

Conjugation[edit]

Inflection of verkrachten (weak, prefixed)
infinitive verkrachten
past singular verkrachtte
past participle verkracht
infinitive verkrachten
gerund verkrachten n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verkracht verkrachtte
2nd person sing. (jij) verkracht verkrachtte
2nd person sing. (u) verkracht verkrachtte
2nd person sing. (gij) verkracht verkrachtte
3rd person singular verkracht verkrachtte
plural verkrachten verkrachtten
subjunctive sing.1 verkrachte verkrachtte
subjunctive plur.1 verkrachten verkrachtten
imperative sing. verkracht
imperative plur.1 verkracht
participles verkrachtend verkracht
1) Archaic.

Related terms[edit]