voorhangen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

voorhangen

  1. Plural form of voorhang

Verb[edit]

voorhangen

  1. to hang in front in order to cover what's behind (such as a priest's robe)

Inflection[edit]

Inflection of voorhangen (strong class 7, separable)
infinitive voorhangen
past singular hing voor
past participle voorgehangen
infinitive voorhangen
gerund voorhangen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular hang voor hing voor voorhang voorhing
2nd person sing. (jij) hangt voor hing voor voorhangt voorhing
2nd person sing. (u) hangt voor hing voor voorhangt voorhing
2nd person sing. (gij) hangt voor hingt voor voorhangt voorhingt
3rd person singular hangt voor hing voor voorhangt voorhing
plural hangen voor hingen voor voorhangen voorhingen
subjunctive sing.1 hange voor hinge voor voorhange voorhinge
subjunctive plur.1 hangen voor hingen voor voorhangen voorhingen
imperative sing. hang voor
imperative plur.1 hangt voor
participles voorhangend voorgehangen
1) Archaic.

Anagrams[edit]