vrijgevig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

vrijgevig (comparative vrijgeviger, superlative vrijgevigst)

  1. generous

Declension[edit]

Inflection of vrijgevig
uninflected vrijgevig
inflected vrijgevige
comparative vrijgeviger
positive comparative superlative
predicative/adverbial vrijgevig vrijgeviger het vrijgevigst
het vrijgevigste
indefinite m./f. sing. vrijgevige vrijgevigere vrijgevigste
n. sing. vrijgevig vrijgeviger vrijgevigste
plural vrijgevige vrijgevigere vrijgevigste
definite vrijgevige vrijgevigere vrijgevigste
partitive vrijgevigs vrijgevigers

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]