wezenlijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch weselijc. Equivalent to wezen +‎ -lijk.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈʋeː.zə(n).lək/
  • (file)
  • Hyphenation: we‧zen‧lijk

Adjective[edit]

wezenlijk (comparative wezenlijker, superlative wezenlijkst)

  1. essential, fundamental
  2. real, existing

Inflection[edit]

Inflection of wezenlijk
uninflected wezenlijk
inflected wezenlijke
comparative wezenlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial wezenlijk wezenlijker het wezenlijkst
het wezenlijkste
indefinite m./f. sing. wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
n. sing. wezenlijk wezenlijker wezenlijkste
plural wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
definite wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
partitive wezenlijks wezenlijkers

Derived terms[edit]