zuwe

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch siwe; possibly related to Old French suer (to dry), from Latin sūgere (to suck). This etymology is incomplete. You can help Wiktionary by elaborating on the origins of this term.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈzy.ʋə/
  • Hyphenation: zu‧we

Noun[edit]

zuwe f (plural zuwes)

  1. (obsolete or dialectal, mostly found in toponyms) a pathway through marshland
    • 1843, J.B. Christemeijer, Het lustoord tusschen Amstel en Grebbe, en elders in het Sticht van Utrecht, volume 1:
      strekt zich met hare gronden ook langs dezen oever van de Vecht, en in eene oostelijke rigting tot aan de zuwe []
      []
      Maar laat ons, van de zuwe naar het dorp terug keerende, []
    • 1852, Reglement tot het verveenen, bedijken en droogmaken van een gedeelte van de Holendrechter en Bullenwijker polders, page 3:
      {{..}} volgende tot op den hoek ten zuiden van de valbrug van gemelde plaats over de zuwe liggende, van gemelden hoek dezer zuwe bij de valbrug, omtrent zuid-west op de distantie van omtrent 120 roeden van de zuwe afwijkende, tot zooverre de klei wederom voldoende, []
    • 1964-1965, Hollands Maandblad, Jaargang 6 (1964-1965), circa page 28:
      Lovis gaat mee om te zoeken, zij loopt langs de zuwe met bedroefde ogen.