beperkt

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

beperkt (comparative beperkter, superlative beperktst)

  1. restricted, limited

Declension[edit]

Inflection of beperkt
uninflected beperkt
inflected beperkte
comparative beperkter
positive comparative superlative
predicative/adverbial beperkt beperkter het beperktst
het beperktste
indefinite m./f. sing. beperkte beperktere beperktste
n. sing. beperkt beperkter beperktste
plural beperkte beperktere beperktste
definite beperkte beperktere beperktste
partitive beperkts beperkters

Verb[edit]

beperkt

  1. second- and third-person singular present indicative of beperken
  2. (archaic) plural imperative of beperken

Participle[edit]

beperkt

  1. past participle of beperken

Declension[edit]

Inflection of beperkt
uninflected beperkt
inflected beperkte
comparative
positive
predicative/adverbial beperkt
indefinite m./f. sing. beperkte
n. sing. beperkt
plural beperkte
definite beperkte
partitive beperkts