uitgebreid

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

uitgebreid (comparative uitgebreider, superlative uitgebreidst)

  1. vast, spacious
  2. comprehensive, extensive
  3. copious

Inflection[edit]

Inflection of uitgebreid
uninflected uitgebreid
inflected uitgebreide
comparative uitgebreider
positive comparative superlative
predicative/adverbial uitgebreid uitgebreider het uitgebreidst
het uitgebreidste
indefinite m./f. sing. uitgebreide uitgebreidere uitgebreidste
n. sing. uitgebreid uitgebreider uitgebreidste
plural uitgebreide uitgebreidere uitgebreidste
definite uitgebreide uitgebreidere uitgebreidste
partitive uitgebreids uitgebreiders

Adverb[edit]

uitgebreid

  1. extensively

Participle[edit]

uitgebreid

  1. past participle of uitbreiden

Inflection[edit]

Inflection of uitgebreid
uninflected uitgebreid
inflected uitgebreide
comparative
positive
predicative/adverbial uitgebreid
indefinite m./f. sing. uitgebreide
n. sing. uitgebreid
plural uitgebreide
definite uitgebreide
partitive uitgebreids