beveiligen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

beveiligen ‎(past singular beveiligde, past participle beveiligd)

  1. to protect

Conjugation[edit]

Inflection of beveiligen (weak, prefixed)
infinitive beveiligen
past singular beveiligde
past participle beveiligd
infinitive beveiligen
gerund beveiligen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular beveilig beveiligde
2nd person sing. (jij) beveiligt beveiligde
2nd person sing. (u) beveiligt beveiligde
2nd person sing. (gij) beveiligt beveiligde
3rd person singular beveiligt beveiligde
plural beveiligen beveiligden
subjunctive sing.1 beveilige beveiligde
subjunctive plur.1 beveiligen beveiligden
imperative sing. beveilig
imperative plur.1 beveiligt
participles beveiligend beveiligd
1) Archaic.

Related terms[edit]