bijwerken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Dutch Wikipedia has an article on:
Wikipedia nl

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From bij +‎ werken.

Verb[edit]

bijwerken

  1. (transitive) to update (make something up to date)

Inflection[edit]

Inflection of bijwerken (weak, separable)
infinitive bijwerken
past singular werkte bij
past participle bijgewerkt
infinitive bijwerken
gerund bijwerken n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular werk bij werkte bij bijwerk bijwerkte
2nd person sing. (jij) werkt bij werkte bij bijwerkt bijwerkte
2nd person sing. (u) werkt bij werkte bij bijwerkt bijwerkte
2nd person sing. (gij) werkt bij werkte bij bijwerkt bijwerkte
3rd person singular werkt bij werkte bij bijwerkt bijwerkte
plural werken bij werkten bij bijwerken bijwerkten
subjunctive sing.1 werke bij werkte bij bijwerke bijwerkte
subjunctive plur.1 werken bij werkten bij bijwerken bijwerkten
imperative sing. werk bij
imperative plur.1 werkt bij
participles bijwerkend bijgewerkt
1) Archaic.

Anagrams[edit]