gehoorzamen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch gehoorsamen, from Old Dutch *gihōrsamon. Equivalent to gehoorzaam +‎ -en.

Verb[edit]

gehoorzamen

  1. (transitive) to obey

Inflection[edit]

Inflection of gehoorzamen (weak, prefixed)
infinitive gehoorzamen
past singular gehoorzaamde
past participle gehoorzaamd
infinitive gehoorzamen
gerund gehoorzamen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular gehoorzaam gehoorzaamde
2nd person sing. (jij) gehoorzaamt gehoorzaamde
2nd person sing. (u) gehoorzaamt gehoorzaamde
2nd person sing. (gij) gehoorzaamt gehoorzaamde
3rd person singular gehoorzaamt gehoorzaamde
plural gehoorzamen gehoorzaamden
subjunctive sing.1 gehoorzame gehoorzaamde
subjunctive plur.1 gehoorzamen gehoorzaamden
imperative sing. gehoorzaam
imperative plur.1 gehoorzaamt
participles gehoorzamend gehoorzaamd
1) Archaic.