omkopen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

om- 'around' + kopen 'to buy'

Verb[edit]

omkopen

  1. (transitive) to bribe, buy off, grease

Inflection[edit]

Inflection of omkopen (weak with past in -cht, separable)
infinitive omkopen
past singular kocht om
past participle omgekocht
infinitive omkopen
gerund omkopen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular koop om kocht om omkoop omkocht
2nd person sing. (jij) koopt om kocht om omkoopt omkocht
2nd person sing. (u) koopt om kocht om omkoopt omkocht
2nd person sing. (gij) koopt om kocht om omkoopt omkocht
3rd person singular koopt om kocht om omkoopt omkocht
plural kopen om kochten om omkopen omkochten
subjunctive sing.1 kope om kochte om omkope omkochte
subjunctive plur.1 kopen om kochten om omkopen omkochten
imperative sing. koop om
imperative plur.1 koopt om
participles omkopend omgekocht
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]