ontcijferen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

ont- +‎ cijferen

Verb[edit]

ontcijferen

  1. to decipher, figure out

Inflection[edit]

Inflection of ontcijferen (weak, prefixed)
infinitive ontcijferen
past singular ontcijferde
past participle ontcijferd
infinitive ontcijferen
gerund ontcijferen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular ontcijfer ontcijferde
2nd person sing. (jij) ontcijfert ontcijferde
2nd person sing. (u) ontcijfert ontcijferde
2nd person sing. (gij) ontcijfert ontcijferde
3rd person singular ontcijfert ontcijferde
plural ontcijferen ontcijferden
subjunctive sing.1 ontcijfere ontcijferde
subjunctive plur.1 ontcijferen ontcijferden
imperative sing. ontcijfer
imperative plur.1 ontcijfert
participles ontcijferend ontcijferd
1) Archaic.