sorteren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From soort +‎ -eren, after French assortir.[1]

Verb[edit]

sorteren

  1. to sort

Inflection[edit]

Inflection of sorteren (weak)
infinitive sorteren
past singular sorteerde
past participle gesorteerd
infinitive sorteren
gerund sorteren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular sorteer sorteerde
2nd person sing. (jij) sorteert sorteerde
2nd person sing. (u) sorteert sorteerde
2nd person sing. (gij) sorteert sorteerde
3rd person singular sorteert sorteerde
plural sorteren sorteerden
subjunctive sing.1 sortere sorteerde
subjunctive plur.1 sorteren sorteerden
imperative sing. sorteer
imperative plur.1 sorteert
participles sorterend gesorteerd
1) Archaic.

Derived terms[edit]

References[edit]

  1. ^ Philippa, M.; Debrabandere, F.; Quak, A.; Schoonheim, T.; Van der Sijs, N. (2003–2009) Etymologisch woordenboek van het Nederlands (in Dutch), Amsterdam: Amsterdam University Press