tegenkomen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From tegen +‎ komen.

Verb[edit]

tegenkomen

  1. to encounter

Inflection[edit]

Inflection of tegenkomen (strong class 4, irregular, separable)
infinitive tegenkomen
past singular kwam tegen
past participle tegengekomen
infinitive tegenkomen
gerund tegenkomen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular kom tegen kwam tegen tegenkom tegenkwam
2nd person sing. (jij) komt tegen kwam tegen tegenkomt tegenkwam
2nd person sing. (u) komt tegen kwam tegen tegenkomt tegenkwam
2nd person sing. (gij) komt tegen kwaamt tegen tegenkomt tegenkwaamt
3rd person singular komt tegen kwam tegen tegenkomt tegenkwam
plural komen tegen kwamen tegen tegenkomen tegenkwamen
subjunctive sing.1 kome tegen kwame tegen tegenkome tegenkwame
subjunctive plur.1 komen tegen kwamen tegen tegenkomen tegenkwamen
imperative sing. kom tegen
imperative plur.1 komt tegen
participles tegenkomend tegengekomen
1) Archaic.

Anagrams[edit]