uitverkopen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈœy̯t.fər.ˌkoː.pə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: uit‧ver‧ko‧pen

Noun[edit]

uitverkopen

  1. Plural form of uitverkoop

Verb[edit]

uitverkopen

  1. to sell out

Inflection[edit]

Inflection of uitverkopen (weak with past in -cht, prefixed, separable)
infinitive uitverkopen
past singular verkocht uit
past participle uitverkocht
infinitive uitverkopen
gerund uitverkopen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular verkoop uit verkocht uit uitverkoop uitverkocht
2nd person sing. (jij) verkoopt uit verkocht uit uitverkoopt uitverkocht
2nd person sing. (u) verkoopt uit verkocht uit uitverkoopt uitverkocht
2nd person sing. (gij) verkoopt uit verkocht uit uitverkoopt uitverkocht
3rd person singular verkoopt uit verkocht uit uitverkoopt uitverkocht
plural verkopen uit verkochten uit uitverkopen uitverkochten
subjunctive sing.1 verkope uit verkochte uit uitverkope uitverkochte
subjunctive plur.1 verkopen uit verkochten uit uitverkopen uitverkochten
imperative sing. verkoop uit
imperative plur.1 verkoopt uit
participles uitverkopend uitverkocht
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]