verschroeien

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From ver- +‎ schroeien.

Verb[edit]

verschroeien

  1. to scorch, to burn

Inflection[edit]

Inflection of verschroeien (weak, prefixed)
infinitive verschroeien
past singular verschroeide
past participle verschroeid
infinitive verschroeien
gerund verschroeien n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verschroei verschroeide
2nd person sing. (jij) verschroeit verschroeide
2nd person sing. (u) verschroeit verschroeide
2nd person sing. (gij) verschroeit verschroeide
3rd person singular verschroeit verschroeide
plural verschroeien verschroeiden
subjunctive sing.1 verschroeie verschroeide
subjunctive plur.1 verschroeien verschroeiden
imperative sing. verschroei
imperative plur.1 verschroeit
participles verschroeiend verschroeid
1) Archaic.

Synonyms[edit]