vooruitspoelen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From vooruit +‎ spoelen.

Verb[edit]

vooruitspoelen

  1. to fast forward

Inflection[edit]

Inflection of vooruitspoelen (weak, separable)
infinitive vooruitspoelen
past singular spoelde vooruit
past participle vooruitgespoeld
infinitive vooruitspoelen
gerund vooruitspoelen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular spoel vooruit spoelde vooruit vooruitspoel vooruitspoelde
2nd person sing. (jij) spoelt vooruit spoelde vooruit vooruitspoelt vooruitspoelde
2nd person sing. (u) spoelt vooruit spoelde vooruit vooruitspoelt vooruitspoelde
2nd person sing. (gij) spoelt vooruit spoelde vooruit vooruitspoelt vooruitspoelde
3rd person singular spoelt vooruit spoelde vooruit vooruitspoelt vooruitspoelde
plural spoelen vooruit spoelden vooruit vooruitspoelen vooruitspoelden
subjunctive sing.1 spoele vooruit spoelde vooruit vooruitspoele vooruitspoelde
subjunctive plur.1 spoelen vooruit spoelden vooruit vooruitspoelen vooruitspoelden
imperative sing. spoel vooruit
imperative plur.1 spoelt vooruit
participles vooruitspoelend vooruitgespoeld
1) Archaic.

Related terms[edit]

Anagrams[edit]