vriendelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch vrintlec, vriendelijc, from Old Dutch *friuntlik, *friuntlik, from Proto-Germanic *frijōndlīkaz, equivalent to vriend +‎ -lijk. Cognate to German freundlich, English friendly.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈvrindələk/
  • (file)
  • Hyphenation: vrien‧de‧lijk

Adjective[edit]

vriendelijk (comparative vriendelijker, superlative vriendelijkst)

  1. friendly, kind

Inflection[edit]

Inflection of vriendelijk
uninflected vriendelijk
inflected vriendelijke
comparative vriendelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial vriendelijk vriendelijker het vriendelijkst
het vriendelijkste
indefinite m./f. sing. vriendelijke vriendelijkere vriendelijkste
n. sing. vriendelijk vriendelijker vriendelijkste
plural vriendelijke vriendelijkere vriendelijkste
definite vriendelijke vriendelijkere vriendelijkste
partitive vriendelijks vriendelijkers

Antonyms[edit]

Related terms[edit]

Adverb[edit]

vriendelijk

  1. friendly, kindly

Descendants[edit]

  • Afrikaans: vriendelik