achteromkijken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

achteromkijken (past singular keek achterom, past participle achteromgekeken)

  1. (literally) to look back over the shoulder
  2. (figuratively) contemplate the past, especially in a nostalgic, guilty or worried way
    Van dat punt af hebben wij niet achteromgekeken, zenne! -From that point on we just marched on!

Conjugation[edit]

Inflection of achteromkijken (strong class 1, separable)
infinitive achteromkijken
past singular keek achterom
past participle achteromgekeken
infinitive achteromkijken
gerund achteromkijken n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular kijk achterom keek achterom achteromkijk achteromkeek
2nd person sing. (jij) kijkt achterom keek achterom achteromkijkt achteromkeek
2nd person sing. (u) kijkt achterom keek achterom achteromkijkt achteromkeek
2nd person sing. (gij) kijkt achterom keekt achterom achteromkijkt achteromkeekt
3rd person singular kijkt achterom keek achterom achteromkijkt achteromkeek
plural kijken achterom keken achterom achteromkijken achteromkeken
subjunctive sing.1 kijke achterom keke achterom achteromkijke achteromkeke
subjunctive plur.1 kijken achterom keken achterom achteromkijken achteromkeken
imperative sing. kijk achterom
imperative plur.1 kijkt achterom
participles achteromkijkend achteromgekeken
1) Archaic.

Anagrams[edit]