afvragen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From af +‎ vragen

Verb[edit]

afvragen (past singular vroeg af or vraagde af, past participle afgevraagd)

  1. (reflexive) to wonder
    Als ik door de stad loop, vraag ik me vaak af: waarom zijn alle mensen, zo nors en zo kortaf?
    As I walk through the city, I often wonder to myself: why are all the people, so rude and so abrupt?

Conjugation[edit]

Inflection of afvragen (strong class 6 with weak past participle, separable)
infinitive afvragen
past singular vroeg af
past participle afgevraagd
infinitive afvragen
gerund afvragen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular vraag af vroeg af afvraag afvroeg
2nd person sing. (jij) vraagt af vroeg af afvraagt afvroeg
2nd person sing. (u) vraagt af vroeg af afvraagt afvroeg
2nd person sing. (gij) vraagt af vroegt af afvraagt afvroegt
3rd person singular vraagt af vroeg af afvraagt afvroeg
plural vragen af vroegen af afvragen afvroegen
subjunctive sing.1 vrage af vroege af afvrage afvroege
subjunctive plur.1 vragen af vroegen af afvragen afvroegen
imperative sing. vraag af
imperative plur.1 vraagt af
participles afvragend afgevraagd
1) Archaic.
Inflection of afvragen (weak, separable)
infinitive afvragen
past singular vraagde af
past participle afgevraagd
infinitive afvragen
gerund afvragen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular vraag af vraagde af afvraag afvraagde
2nd person sing. (jij) vraagt af vraagde af afvraagt afvraagde
2nd person sing. (u) vraagt af vraagde af afvraagt afvraagde
2nd person sing. (gij) vraagt af vraagde af afvraagt afvraagde
3rd person singular vraagt af vraagde af afvraagt afvraagde
plural vragen af vraagden af afvragen afvraagden
subjunctive sing.1 vrage af vraagde af afvrage afvraagde
subjunctive plur.1 vragen af vraagden af afvragen afvraagden
imperative sing. vraag af
imperative plur.1 vraagt af
participles afvragend afgevraagd
1) Archaic.