bestuderen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

be- +‎ studeren

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

bestuderen ‎(past singular bestudeerde, past participle bestudeerd)

  1. to study, investigate

Conjugation[edit]

Inflection of bestuderen (weak, prefixed)
infinitive bestuderen
past singular bestudeerde
past participle bestudeerd
infinitive bestuderen
gerund bestuderen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular bestudeer bestudeerde
2nd person sing. (jij) bestudeert bestudeerde
2nd person sing. (u) bestudeert bestudeerde
2nd person sing. (gij) bestudeert bestudeerde
3rd person singular bestudeert bestudeerde
plural bestuderen bestudeerden
subjunctive sing.1 bestudere bestudeerde
subjunctive plur.1 bestuderen bestudeerden
imperative sing. bestudeer
imperative plur.1 bestudeert
participles bestuderend bestudeerd
1) Archaic.

Anagrams[edit]