doorvertellen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From door +‎ vertellen.

Verb[edit]

doorvertellen

  1. (intransitive) to continue telling (a story)
  2. (transitive) to pass on (by word of mouth)

Inflection[edit]

Inflection of doorvertellen (weak, prefixed, separable)
infinitive doorvertellen
past singular vertelde door
past participle doorverteld
infinitive doorvertellen
gerund doorvertellen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular vertel door vertelde door doorvertel doorvertelde
2nd person sing. (jij) vertelt door vertelde door doorvertelt doorvertelde
2nd person sing. (u) vertelt door vertelde door doorvertelt doorvertelde
2nd person sing. (gij) vertelt door vertelde door doorvertelt doorvertelde
3rd person singular vertelt door vertelde door doorvertelt doorvertelde
plural vertellen door vertelden door doorvertellen doorvertelden
subjunctive sing.1 vertelle door vertelde door doorvertelle doorvertelde
subjunctive plur.1 vertellen door vertelden door doorvertellen doorvertelden
imperative sing. vertel door
imperative plur.1 vertelt door
participles doorvertellend doorverteld
1) Archaic.

Anagrams[edit]