teloorgaan

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From teloor +‎ gaan.

Verb[edit]

teloorgaan

  1. to become lost

Inflection[edit]

Inflection of teloorgaan (strong class 7, irregular, separable)
infinitive teloorgaan
past singular ging teloor
past participle teloorgegaan
infinitive teloorgaan
gerund teloorgaan n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular ga teloor ging teloor teloorga teloorging
2nd person sing. (jij) gaat teloor ging teloor teloorgaat teloorging
2nd person sing. (u) gaat teloor ging teloor teloorgaat teloorging
2nd person sing. (gij) gaat teloor gingt teloor teloorgaat teloorgingt
3rd person singular gaat teloor ging teloor teloorgaat teloorging
plural gaan teloor gingen teloor teloorgaan teloorgingen
subjunctive sing.1 ga teloor ginge teloor teloorga teloorginge
subjunctive plur.1 gaan teloor gingen teloor teloorgaan teloorgingen
imperative sing. ga teloor
imperative plur.1 gaat teloor
participles teloorgaand teloorgegaan
1) Archaic.

Anagrams[edit]