verhalen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

verhalen

  1. Plural form of verhaal
    ongelofelijke maar waargebeurde verhalen — incredible but real stories

Verb[edit]

verhalen (past singular verhaalde, past participle verhaald)

  1. to narrate

Conjugation[edit]

Inflection of verhalen (weak, prefixed)
infinitive verhalen
past singular verhaalde
past participle verhaald
infinitive verhalen
gerund verhalen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verhaal verhaalde
2nd person sing. (jij) verhaalt verhaalde
2nd person sing. (u) verhaalt verhaalde
2nd person sing. (gij) verhaalt verhaalde
3rd person singular verhaalt verhaalde
plural verhalen verhaalden
subjunctive sing.1 verhale verhaalde
subjunctive plur.1 verhalen verhaalden
imperative sing. verhaal
imperative plur.1 verhaalt
participles verhalend verhaald
1) Archaic.