verkeren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • (file)

Verb[edit]

verkeren

  1. to find oneself (e.g. in a situation)
  2. to be found, be located

verkeren met

  1. to handle, get along with

Inflection[edit]

Inflection of verkeren (weak, prefixed)
infinitive verkeren
past singular verkeerde
past participle verkeerd
infinitive verkeren
gerund verkeren n
present tense past tense
1st person singular verkeer verkeerde
2nd person sing. (jij) verkeert verkeerde
2nd person sing. (u) verkeert verkeerde
2nd person sing. (gij) verkeert verkeerde
3rd person singular verkeert verkeerde
plural verkeren verkeerden
subjunctive sing.1 verkere verkeerde
subjunctive plur.1 verkeren verkeerden
imperative sing. verkeer
imperative plur.1 verkeert
participles verkerend verkeerd
1) Archaic.

Derived terms[edit]