verrijzen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: ver‧rij‧zen

Etymology[edit]

ver- +‎ rijzen

Verb[edit]

verrijzen

  1. to arise

Inflection[edit]

Inflection of verrijzen (strong class 1, prefixed)
infinitive verrijzen
past singular verrees
past participle verrezen
infinitive verrijzen
gerund verrijzen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verrijs verrees
2nd person sing. (jij) verrijst verrees
2nd person sing. (u) verrijst verrees
2nd person sing. (gij) verrijst verreest
3rd person singular verrijst verrees
plural verrijzen verrezen
subjunctive sing.1 verrijze verreze
subjunctive plur.1 verrijzen verrezen
imperative sing. verrijs
imperative plur.1 verrijst
participles verrijzend verrezen
1) Archaic.

Derived terms[edit]