verschrikken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From ver- +‎ schrikken.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

verschrikken ‎(past singular verschrok, past participle verschrokken)

  1. to frighten, terrify

Conjugation[edit]

Inflection of verschrikken (strong class 3, prefixed)
infinitive verschrikken
past singular verschrok
past participle verschrokken
infinitive verschrikken
gerund verschrikken n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verschrik verschrok
2nd person sing. (jij) verschrikt verschrok
2nd person sing. (u) verschrikt verschrok
2nd person sing. (gij) verschrikt verschrokt
3rd person singular verschrikt verschrok
plural verschrikken verschrokken
subjunctive sing.1 verschrikke verschrokke
subjunctive plur.1 verschrikken verschrokken
imperative sing. verschrik
imperative plur.1 verschrikt
participles verschrikkend verschrokken
1) Archaic.

Related terms[edit]