voorbijgaan

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From voorbij +‎ gaan.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

voorbijgaan (past singular ging voorbij, past participle voorbijgegaan)

  1. to pass, to go by (in space or time)

Conjugation[edit]

Anagrams[edit]