betalen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch betalen. Equivalent to be- +‎ talen.

Verb[edit]

betalen

  1. (transitive) to pay

Inflection[edit]

Inflection of betalen (weak, prefixed)
infinitive betalen
past singular betaalde
past participle betaald
infinitive betalen
gerund betalen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular betaal betaalde
2nd person sing. (jij) betaalt betaalde
2nd person sing. (u) betaalt betaalde
2nd person sing. (gij) betaalt betaalde
3rd person singular betaalt betaalde
plural betalen betaalden
subjunctive sing.1 betale betaalde
subjunctive plur.1 betalen betaalden
imperative sing. betaal
imperative plur.1 betaalt
participles betalend betaald
1) Archaic.

Derived terms[edit]