bewaren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

bewaren ‎(past singular bewaarde, past participle bewaard)

  1. to preserve, keep
  2. to guard, watch over

Synonyms[edit]

Conjugation[edit]

Inflection of bewaren (weak, prefixed)
infinitive bewaren
past singular bewaarde
past participle bewaard
infinitive bewaren
gerund bewaren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular bewaar bewaarde
2nd person sing. (jij) bewaart bewaarde
2nd person sing. (u) bewaart bewaarde
2nd person sing. (gij) bewaart bewaarde
3rd person singular bewaart bewaarde
plural bewaren bewaarden
subjunctive sing.1 beware bewaarde
subjunctive plur.1 bewaren bewaarden
imperative sing. bewaar
imperative plur.1 bewaart
participles bewarend bewaard
1) Archaic.