klaarkomen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From klaar ‎(ready) +‎ komen ‎(to come). Compare to and distinguish neatly from German klarkommen ‎(to manage, to get by).

Verb[edit]

klaarkomen

  1. (rare) to get ready; (followed by met -)finish a task, to be finished
    Deze brug is vorige maand eindelijk klaargekomen.
    This bridge finally reached completion last month.
  2. (slang, colloquial) to come, to cum (to have an orgasm; to ejaculate)

Inflection[edit]

Inflection of klaarkomen (strong class 4, irregular, separable)
infinitive klaarkomen
past singular kwam klaar
past participle klaargekomen
infinitive klaarkomen
gerund klaarkomen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular kom klaar kwam klaar klaarkom klaarkwam
2nd person sing. (jij) komt klaar kwam klaar klaarkomt klaarkwam
2nd person sing. (u) komt klaar kwam klaar klaarkomt klaarkwam
2nd person sing. (gij) komt klaar kwaamt klaar klaarkomt klaarkwaamt
3rd person singular komt klaar kwam klaar klaarkomt klaarkwam
plural komen klaar kwamen klaar klaarkomen klaarkwamen
subjunctive sing.1 kome klaar kwame klaar klaarkome klaarkwame
subjunctive plur.1 komen klaar kwamen klaar klaarkomen klaarkwamen
imperative sing. kom klaar
imperative plur.1 komt klaar
participles klaarkomend klaargekomen
1) Archaic.

Anagrams[edit]