omkeren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From om +‎ keren. Compare German umkehren.

Verb[edit]

omkeren

  1. (transitive or intransitive) to turn around
  2. (transitive) to reverse
  3. (transitive) to turn upside down

Inflection[edit]

Inflection of omkeren (weak, separable)
infinitive omkeren
past singular keerde om
past participle omgekeerd
infinitive omkeren
gerund omkeren n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular keer om keerde om omkeer omkeerde
2nd person sing. (jij) keert om keerde om omkeert omkeerde
2nd person sing. (u) keert om keerde om omkeert omkeerde
2nd person sing. (gij) keert om keerde om omkeert omkeerde
3rd person singular keert om keerde om omkeert omkeerde
plural keren om keerden om omkeren omkeerden
subjunctive sing.1 kere om keerde om omkere omkeerde
subjunctive plur.1 keren om keerden om omkeren omkeerden
imperative sing. keer om
imperative plur.1 keert om
participles omkerend omgekeerd
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]