onderhouden

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology 1[edit]

From onder +‎ houden.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

onderhouden ‎(past singular onderhield, past participle onderhouden)

  1. to maintain
Conjugation[edit]
Inflection of onderhouden (strong class 7, slightly irregular, prefixed)
infinitive onderhouden
past singular onderhield
past participle onderhouden
infinitive onderhouden
gerund onderhouden n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular onderhou, onderhoud onderhield
2nd person sing. (jij) onderhoudt onderhield
2nd person sing. (u) onderhoudt onderhield
2nd person sing. (gij) onderhoudt onderhieldt
3rd person singular onderhoudt onderhield
plural onderhouden onderhielden
subjunctive sing.1 onderhoude onderhielde
subjunctive plur.1 onderhouden onderhielden
imperative sing. onderhou, onderhoud
imperative plur.1 onderhoudt
participles onderhoudend onderhouden
1) Archaic.
Derived terms[edit]

Participle[edit]

onderhouden

  1. past participle of onderhouden ‎(to maintain)
Declension[edit]
Inflection of onderhouden
uninflected onderhouden
inflected onderhouden
comparative
positive
predicative/adverbial onderhouden
indefinite m./f. sing. onderhouden
n. sing. onderhouden
plural onderhouden
definite onderhouden
partitive onderhoudens

Etymology 2[edit]

From onder +‎ houden.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

onderhouden ‎(past singular hield onder, past participle ondergehouden)

  1. to submerge, keep under
Conjugation[edit]
Inflection of onderhouden (strong class 7, slightly irregular, separable)
infinitive onderhouden
past singular hield onder
past participle ondergehouden
infinitive onderhouden
gerund onderhouden n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular hou onder, houd onder hield onder onderhou, onderhoud onderhield
2nd person sing. (jij) houdt onder hield onder onderhoudt onderhield
2nd person sing. (u) houdt onder hield onder onderhoudt onderhield
2nd person sing. (gij) houdt onder hieldt onder onderhoudt onderhieldt
3rd person singular houdt onder hield onder onderhoudt onderhield
plural houden onder hielden onder onderhouden onderhielden
subjunctive sing.1 houde onder hielde onder onderhoude onderhielde
subjunctive plur.1 houden onder hielden onder onderhouden onderhielden
imperative sing. hou onder, houd onder
imperative plur.1 houdt onder
participles onderhoudend ondergehouden
1) Archaic.

Anagrams[edit]