optreden

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

op +‎ treden

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

optreden ‎(past singular trad op, past participle opgetreden)

  1. to act, perform (for others to view)
  2. to appear

Conjugation[edit]

Inflection of optreden (strong class 5, separable)
infinitive optreden
past singular trad op
past participle opgetreden
infinitive optreden
gerund optreden n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular treed op trad op optreed optrad
2nd person sing. (jij) treedt op trad op optreedt optrad
2nd person sing. (u) treedt op trad op optreedt optrad
2nd person sing. (gij) treedt op traadt op optreedt optraadt
3rd person singular treedt op trad op optreedt optrad
plural treden op traden op optreden optraden
subjunctive sing.1 trede op trade op optrede optrade
subjunctive plur.1 treden op traden op optreden optraden
imperative sing. treed op
imperative plur.1 treedt op
participles optredend opgetreden
1) Archaic.

Noun[edit]

optreden n ‎(plural optredens, diminutive optredentje n)

  1. a performance (theatrical or otherwise)
  2. behaviour, manner, conduct
  3. an action (een militair optreden)

Anagrams[edit]