overleven

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

over +‎ leven

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

overleven (past singular overleefde, past participle overleefd)

  1. to survive

Conjugation[edit]

Inflection of overleven (weak, prefixed)
infinitive overleven
past singular overleefde
past participle overleefd
infinitive overleven
gerund overleven n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular overleef overleefde
2nd person sing. (jij) overleeft overleefde
2nd person sing. (u) overleeft overleefde
2nd person sing. (gij) overleeft overleefde
3rd person singular overleeft overleefde
plural overleven overleefden
subjunctive sing.1 overleve overleefde
subjunctive plur.1 overleven overleefden
imperative sing. overleef
imperative plur.1 overleeft
participles overlevend overleefd
1) Archaic.

Noun[edit]

overleven n (uncountable)

  1. survival
    Water is noodzakelijk voor het overleven van alle bekende levensvormen.[1] — Water is necessary for the survival of all known forms of life.

References[edit]

  1. ^ http://nl.wikipedia.org/wiki/Aarde_(planeet)