toegeven

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

toe + geven

Verb[edit]

toegeven

  1. to admit
  2. to concede

Inflection[edit]

Inflection of toegeven (strong class 5, separable)
infinitive toegeven
past singular gaf toe
past participle toegegeven
infinitive toegeven
gerund toegeven n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular geef toe gaf toe toegeef toegaf
2nd person sing. (jij) geeft toe gaf toe toegeeft toegaf
2nd person sing. (u) geeft toe gaf toe toegeeft toegaf
2nd person sing. (gij) geeft toe gaaft toe toegeeft toegaaft
3rd person singular geeft toe gaf toe toegeeft toegaf
plural geven toe gaven toe toegeven toegaven
subjunctive sing.1 geve toe gave toe toegeve toegave
subjunctive plur.1 geven toe gaven toe toegeven toegaven
imperative sing. geef toe
imperative plur.1 geeft toe
participles toegevend toegegeven
1) Archaic.

Anagrams[edit]