achteropkomen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From achterop +‎ komen.

Verb[edit]

achteropkomen

  1. (intransitive) to overtake, catch up with

Inflection[edit]

Inflection of achteropkomen (strong class 4, irregular, separable)
infinitive achteropkomen
past singular kwam achterop
past participle achteropgekomen
infinitive achteropkomen
gerund achteropkomen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular kom achterop kwam achterop achteropkom achteropkwam
2nd person sing. (jij) komt achterop kwam achterop achteropkomt achteropkwam
2nd person sing. (u) komt achterop kwam achterop achteropkomt achteropkwam
2nd person sing. (gij) komt achterop kwaamt achterop achteropkomt achteropkwaamt
3rd person singular komt achterop kwam achterop achteropkomt achteropkwam
plural komen achterop kwamen achterop achteropkomen achteropkwamen
subjunctive sing.1 kome achterop kwame achterop achteropkome achteropkwame
subjunctive plur.1 komen achterop kwamen achterop achteropkomen achteropkwamen
imperative sing. kom achterop
imperative plur.1 komt achterop
participles achteropkomend achteropgekomen
1) Archaic.

Anagrams[edit]