draaien

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch draien, from Old Dutch *thrāian, from Proto-Germanic *þrēaną, from Proto-Indo-European *terh₁-.

Verb[edit]

draaien ‎(past singular draaide, past participle gedraaid)

  1. To turn, to turn round.
  2. To play (a record).
  3. To run or throw (a party).

Conjugation[edit]

Inflection of draaien (weak)
infinitive draaien
past singular draaide
past participle gedraaid
infinitive draaien
gerund draaien n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular draai draaide
2nd person sing. (jij) draait draaide
2nd person sing. (u) draait draaide
2nd person sing. (gij) draait draaide
3rd person singular draait draaide
plural draaien draaiden
subjunctive sing.1 draaie draaide
subjunctive plur.1 draaien draaiden
imperative sing. draai
imperative plur.1 draait
participles draaiend gedraaid
1) Archaic.

Derived terms[edit]

References[edit]

  1. ^ J. de Vries & F. de Tollenaere, "Etymologisch Woordenboek", Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1986 (14de druk)

Anagrams[edit]