overschrijden

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

over + schrijden

Verb[edit]

overschrijden

  1. to crosscross over, step across
  2. to overrun
  3. to exceed

Inflection[edit]

Inflection of overschrijden (strong class 1, prefixed)
infinitive overschrijden
past singular overschreed
past participle overschreden
infinitive overschrijden
gerund overschrijden n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular overschrijd overschreed
2nd person sing. (jij) overschrijdt overschreed
2nd person sing. (u) overschrijdt overschreed
2nd person sing. (gij) overschrijdt overschreedt
3rd person singular overschrijdt overschreed
plural overschrijden overschreden
subjunctive sing.1 overschrijde overschrede
subjunctive plur.1 overschrijden overschreden
imperative sing. overschrijd
imperative plur.1 overschrijdt
participles overschrijdend overschreden
1) Archaic.