uitwijzen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

uit +‎ wijzen

Verb[edit]

uitwijzen

  1. to point out, indicate
  2. to prove, demonstrate
  3. to expel, exile, extradite

Inflection[edit]

Inflection of uitwijzen (strong class 1, separable)
infinitive uitwijzen
past singular wees uit
past participle uitgewezen
infinitive uitwijzen
gerund uitwijzen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular wijs uit wees uit uitwijs uitwees
2nd person sing. (jij) wijst uit wees uit uitwijst uitwees
2nd person sing. (u) wijst uit wees uit uitwijst uitwees
2nd person sing. (gij) wijst uit weest uit uitwijst uitweest
3rd person singular wijst uit wees uit uitwijst uitwees
plural wijzen uit wezen uit uitwijzen uitwezen
subjunctive sing.1 wijze uit weze uit uitwijze uitweze
subjunctive plur.1 wijzen uit wezen uit uitwijzen uitwezen
imperative sing. wijs uit
imperative plur.1 wijst uit
participles uitwijzend uitgewezen
1) Archaic.

Anagrams[edit]