verkoelen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

verkoelen ‎(past singular verkoelde, past participle verkoeld)

  1. (intransitive) to cool down
  2. (transitive) to cool down

Conjugation[edit]

Inflection of verkoelen (weak, prefixed)
infinitive verkoelen
past singular verkoelde
past participle verkoeld
infinitive verkoelen
gerund verkoelen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verkoel verkoelde
2nd person sing. (jij) verkoelt verkoelde
2nd person sing. (u) verkoelt verkoelde
2nd person sing. (gij) verkoelt verkoelde
3rd person singular verkoelt verkoelde
plural verkoelen verkoelden
subjunctive sing.1 verkoele verkoelde
subjunctive plur.1 verkoelen verkoelden
imperative sing. verkoel
imperative plur.1 verkoelt
participles verkoelend verkoeld
1) Archaic.

Related terms[edit]