volgen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch volgen, from Old Dutch *folgon from Proto-Germanic *fulgijaną.

Verb[edit]

volgen

  1. (transitive) to follow
  2. (transitive) to understand, to pay attention to
    Volgt U me?‎ ― Do you understand me?

Inflection[edit]

Inflection of volgen (weak)
infinitive volgen
past singular volgde
past participle gevolgd
infinitive volgen
gerund volgen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular volg volgde
2nd person sing. (jij) volgt volgde
2nd person sing. (u) volgt volgde
2nd person sing. (gij) volgt volgde
3rd person singular volgt volgde
plural volgen volgden
subjunctive sing.1 volge volgde
subjunctive plur.1 volgen volgden
imperative sing. volg
imperative plur.1 volgt
participles volgend gevolgd
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]