opvoeren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

opvoeren

  1. to perform (e.g. a play or opera)
  2. to soup up, increase

Inflection[edit]

Inflection of opvoeren (weak, separable)
infinitive opvoeren
past singular voerde op
past participle opgevoerd
infinitive opvoeren
gerund opvoeren n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular voer op voerde op opvoer opvoerde
2nd person sing. (jij) voert op voerde op opvoert opvoerde
2nd person sing. (u) voert op voerde op opvoert opvoerde
2nd person sing. (gij) voert op voerde op opvoert opvoerde
3rd person singular voert op voerde op opvoert opvoerde
plural voeren op voerden op opvoeren opvoerden
subjunctive sing.1 voere op voerde op opvoere opvoerde
subjunctive plur.1 voeren op voerden op opvoeren opvoerden
imperative sing. voer op
imperative plur.1 voert op
participles opvoerend opgevoerd
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]